Paascantatevesper

Paascantatevesper
Met trompetten, pauken en een jubelend koor opent Johann Sebastian Bach zijn Paascantate Der Himmel lacht! Die Erde jubilieret — muziek waarin niet alleen de aarde, maar zelfs de hemel lijkt mee te zingen. Alleen al de titel laat horen hoe uitbundig deze muziek is: “De hemel lacht, de aarde jubelt.”
Bach componeerde deze cantate (BWV 31) in 1715, toen hij werkte aan het hof in Weimar. Voor een feestdag als Pasen zette hij een groot ensemble in: koor, solisten, strijkers, trompetten, pauken en houtblazers. Dat zorgt meteen aan het begin voor een stralend en feestelijk geluid.
De tekst bezingt de vreugde over de opstanding van Christus. Maar zoals vaker bij Bach blijft het niet alleen bij uitbundigheid. Tussen de feestelijke koordelen klinken ook meer persoonlijke momenten: aria’s en recitatieven waarin wordt nagedacht over wat Pasen betekent voor het persoonlijke leven.
Aan het slot klinkt een koraal op woorden van Nicolaus Herman, waarin de Paasboodschap rustig wordt samengevat. Zo laat Bach in deze cantate zowel de grote feestvreugde van Pasen horen als de stille, persoonlijke betekenis ervan.
terug